Als het weer niet mee zit, moet je maar je eigen hitte creëren. Alhoewel, het pittige eten wordt vooral in warme landen bereid. In de eerste plaats natuurlijk omdat pepers daar groeien, maar ook bevorderen ze de spijsvertering en zijn ze een natuurlijk conserveermiddel.
In Nederland zijn we natuurlijk niets gewend, alhoewel je zelfs in de supermarkt inmiddels meer aantreft dan de sambal oelek (heel basic gehakte rode pepers) en manis (zoet, mild en eigenlijk gewoon vies). Veel mensen houden niet van heet oftewel pedis, maar dat komt omdat er wat gewenning bij komt kijken. Naast dat ikzelf het pittige eten zeker wel kan waarderen, houd ik er ook van om in andere gerecht net een beetje heat toe te voegen dat enkel wat tinteling op de tong bezorgt.
Verder weten velen niet dat er verschillende soorten pedis bestaan, en ook dat pepers heel smaakvol kunnen zijn. Johannes van Dam meldt al dat er 5 verschillende soorten van de werkzame stof capsaïcine zijn: “Drie daarvan branden vooral kort achter in het verhemelte en de keel, en twee branden langer, op de tong en midden op het verhemelte.” De hitte komt omdat deze capsaïcinoïden kunnen binden aan de temperatuurzenuwen, die normaal aanslaan bij temperaturen boven de 43°C. Het is daadwerkelijk het gevoel van warmte! Terzijde: vogels hebben deze receptoren in het geheel niet, en kunnen dus naar hartelust pepers eten en daardoor de zaden verspreiden. Natuurlijke selectie op zijn best.
Kennelijk zijn de receptoren in de mond niet overal gevoelig voor dezelfde stoffen. Persoonlijk houd ik niet van sambal die je vooral in je keel voelt. Gelukkig voor ons is de lekkerste peper er ook nog één die nordihydrocapsaïcine bevat, en die voel je voor in de mond en totaal niet in de keel. We hebben het over de Madame Jeanette, en in het bijzonder de gele variant. Hij is heel heet (zelfs een treetje hoger op de Scoville schaal dan de in de Indonesische keuken hoog aangeslagen rawit), maar ook buitengewoon geurig.
Als je bij de Surinamer roti bestelt, krijg je er als het een goede is van die gele sambal bij. Die is heel heet én fris tegelijk, werkelijk een prachtige combinatie. Nadat ik al vaker Indonesische sambals gemaakt had, wilde ik al lang deze in grote hoeveelheden voorradig hebben. Het blijkt veel simpeler dan ik vermoedde. Het recept kun je overal vinden, maar laat ik het ook maar even noteren:
Surinaamse sambal van Madame Jeanettes
500 gram gele Madame Jeanettepepers
1 kleine ui of 2 sjalotjes
1 teen knoflook
2 citroenen
½tl zout
1 tl suiker
2 tl azijn
1 el (arachide)olie
Verwijder de zaadjes en zaadlijsten uit de pepers (het is echt al heet genoeg). Hak pepers, uit, knoflook in stukken. Doe alles in de keukenmachine of blender. Van de citroen de schil raspen, pitten verwijderen en het hele vruchtvlees ook erin. Hak het fijn; zoals altijd moet je olie en vocht toevoegen totdat het malen lekker gaat. Voeg uiteindelijk alles toe. Spoel een pot om met kokend water en stop de sambal erin.
Tips
- Bij de exotische-groetenkraam op de Albert Cuyp koop je een grote zak Madame Jeanette voor minder dan 3 euro.
- Bij het behandelen van de pepers kun je het beste keukenhandschoenen aandoen. Anders een dag lang niet in de je ogen wrijven of andere gevoelige plekken betasten. Je keukengerei ook goed afspoelen.
- Het gaat uiteindelijk om de combinatie peper/citroen, je moet dus wat experimenteren met de hoeveelheid van de andere ingredienten. Ik zou zeggen: begin aan de zuinige kant, en doe de volgende keer wat meer.
- Mijn sambal ging na verloop van tijd wat gisten. Bewaren dus toch maar in de koelkast.
- Oppassen! Het is heet, heet, heet. Zeer kleine hoeveelheden gebruiken. Er zit wel waanzinning veel smaak aan, dus prima te gebruiken in gerechten. Ook erg lekker op brood met mayonnaise, kaas en basilicum. De scherpte neemt na verloop van tijd iets af.
- Sambal “blussen”, gaat het best met: olie, sterke alcohol, suikerwater, rijst of brood (in die volgorde).